• Zo maar een vrijdagavond bij sportpark Corpus den Hoorn, dat begint altijd hetzelfde bij de recreatieve senioren van GRC Groningen. Slap gelul en traag in de kleedkamer. De één na de ander druppelde binnen, zoals gewoonlijk zijn het altijd dezelfde die aan de (te) late kant zijn.

    Die avond gebeurde er echter iets bijzonders.

    Tussen de fietsen, sporttassen en een eenzaam verdwaald pionnetje stond ineens een man die niemand kende. Klein buiginkje. Voetbalschoenen die zó schoon waren dat ze de zon weerspiegelden. Hij keek om zich heen alsof hij per ongeluk in een natuurdocumentaire was beland.

    “Eh… hallo?” zei Albert (die er altijd als eerste is), terwijl hij zijn scheenbeschermer zocht (ja die heb je op de training nu eenmaal nodig als ook Rolf van de partij is) die hij vorige week ook al kwijt was.

    De man boog opnieuw.
    “Goedenavond. Ik ben Yujiro.”

    Zo begon het.

    Yujiro was bescheiden. Niet het Nederlandse “doe maar normaal”-bescheiden, maar het Japanse soort: hij bood excuses aan voor dingen die hij niet gedaan had, en bedankte mensen die hém hadden geholpen. Hij was vriendelijk op een manier die ontwapenend werkte. Zelfs Geert, normaal gesproken allergisch voor alles wat nieuw was (behalve nieuwe kniebraces), glimlachte.

    En hij was verdwaald. Dat bleek vrij snel.

    Yujiro was tijdelijk in Groningen vanwege een slaaponderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Jetlags, biologische klokken, internationale topsport — allemaal fascinerend, maar hij had zich vergist in één ding: hij dacht dat “recreatieve senioren” een soort elitegroep was. “Zeer ervaren,” had hij gezegd. Niemand had hem durven corrigeren.

    Toen de warming-up begon, dachten de mannen van GRC dat ze een grap zagen.

    Yujiro liep niet. Yujiro zweefde. Hij was erg technisch — bal aan de voet alsof die vastgeplakt zat — en snel, op een manier die niet paste bij zijn rustige glimlach. Waar anderen warmdraaiden, draaide hij verdedigers dol. Binnen vijf minuten had hij drie man voorbij gespeeld zonder ook maar één zweetdruppel te laten zien.

    “Die is vast verdwaald uit Japan,” mompelde iemand.
    “Ja,” zei een ander. “En wij zijn per ongeluk kampioen geworden.”

    En dat laatste klopte. Dat seizoen werd GRC Groningen recreatief seniorenkampioen. Met slechts één verliespartij. Tegen Velocitas. Die wedstrijd staat in het collectieve geheugen gegrift, vooral vanwege dat ene moment.

    Het stond 1–1. Nog tien minuten te gaan. Velocitas zette druk. De keeper van GRC riep iets, Yujiro hoorde iets anders. In Japan betekent een bepaalde kreet blijkbaar iets heel anders dan “laat maar”. Yujiro deed wat hij dacht dat juist was: hij tikte de bal beheerst, technisch perfect… recht het eigen doel in. Het stadion — lees: het veld met vijf toeschouwers en een hond — viel stil. Toen begon iemand te lachen. En toen iedereen. Zelfs de keeper. Zelfs Yujiro, al boog hij eerst diep om excuses aan te bieden.

    “Mijn fout,” zei hij.
    “Onze fout,” zei de Olcay (de keeper).
    “Historische fout,” zei Martinus.

    Ze verloren die wedstrijd. Maar niemand was boos. Het hoorde er gewoon bij.

    Naast het veld was Yujiro minstens zo bijzonder. Hij kwam altijd op tijd. Altijd vriendelijk. Leerde Nederlandse woorden die niemand gebruikte (“knieën”, “kunstgras”, “blessuregevoelig”). En hij had een zoontje.

    Een jongetje van zes, dat ook bij GRC Groningen speelde.

    Elke zaterdag stond Yujiro langs de lijn. Niet schreeuwend. Niet coachend. Gewoon knikkend, glimlachend, klappend op precies de juiste momenten. Als zijn zoon scoorde, klapte. Als hij miste, sprak hij bemoedigende woorden. “Die jongen wordt later óf profvoetballer,” zei iemand, “óf monnik.”

    Toen, ineens, was het voorbij. Yujiro moest weg. Het onderzoek aan de RUG was afgerond. En hij had een nieuwe taak gekregen: ondersteuning van de staf van het Nederlands voetbalelftal bij het komende WK, om spelers te helpen met jetlags. “Dus eigenlijk,” zei Michel, “ga jij van ons naar Oranje?” Yujiro glimlachte. Boog. “Ja.”

    Zijn afscheid was typisch GRC. Geen grootse speeches. Wel bier. Te veel bier. Een shirt, een bal met alle namen erop en uiteraard de kampioensfoto. Veel handen schudden en een applaus dat net iets te lang doorging.

    “Je bent altijd welkom bij ons,” zei Michel.
    Yujiro boog. “Dank jullie.”

    En toen was hij weg.

    Maar soms, als de recreatieve senioren straks weer bij elkaar staan, net iets te stijf, net iets te langzaam, dan zeggen ze het nog weleens.

    “Weten jullie nog… Yujiro?”

    En iedereen knikt.

    De vriendelijke Japanner die verdwaald was, maar precies op de juiste plek terechtkwam. ⚽😊

    p.s. ook zijn zoon heeft een groots afscheid gekregen van het team waarin hij speelt.

     

    Een verdwaalde Japanner strijkt neer bij GRC Een verdwaalde Japanner strijkt neer bij GRC 1 Een verdwaalde Japanner strijkt neer bij GRC 2 Een verdwaalde Japanner strijkt neer bij GRC 3 Een verdwaalde Japanner strijkt neer bij GRC 4 Een verdwaalde Japanner strijkt neer bij GRC 5 Een verdwaalde Japanner strijkt neer bij GRC 6